Architect Nuno Teotónio Pereira: 100e geboortedag

Onlangs maakte de Portugese architectenbond bekend dat ze dit jaar in 2022, vanwege het 100e geboortejaar van de in 2016 overleden architect Nuno Pereira, zijn werk extra in de schijnwerpers zouden plaatsen. In 1986 maakte ik voor het eerst kennis met Portugal. Ik werd door mijn ontwikkelingsorganisatie DOG/ICCO naar het “Instituto das Linguas” in Lissabon gestuurd waar ik me in twee maanden tijd de Portugese taal eigen mocht maken. Hierna zou ik voor hun aan de slag gaan als architect bij de ‘Raad van Kerken” in Mozambique. Deze voormalige Portugese kolonie in Afrika was in 1975 onafhankelijk geworden en stond er in 1986 niet al te best voor. De Raad van Kerken” had er een groot noodhulpprogramma in het zwaar door de burgeroorlog en andere rampen getroffen land. Europese, Amerikaanse en Canadese organisaties stuurden geld en mensen om het land in deze moeilijke tijden bij te staan. De Raad van Kerken wilde een eigen bouwbureau opzetten in de hoofdstad Maputo en in ieder van de 10 provincies een fysiek centrum bouwen voor de distributie en coördinatie van noodhulp en structurele hulp. Voor de komende 3 jaren zou ik me gaan bezighouden met het opzetten van dit bouwbureau.

In Lissabon bestaat mijn dagprogramma ’s morgens uit vier uur privé les van "professora Isabel" van het taleninstituut gelegen aan het Praça de Camões in Bairro Alto. De middag is om de verworven stof te bestuderen en mijn huiswerk te maken. Meestal doe ik dit in de schaduwrijke tuinen van het Gulbenkian Museum. In de avonduren is er tijd voor vertier. In die tijd trek ik geregeld op met mede-coöperant Joost. We bezoeken samen de Fado-kroegen in Bairro Alto, gaan naar een film of naar de Jazzclub achter het Rossio. Joost is al wat langer in Lissabon en heeft in het Centrum voor Afrikaanse Studie’s kennis gemaakt met Helena die er werkt. Ze gaat geregeld met ons mee naar films zoals “Hannah en haar zusters” van Woody Allen of naar de Jazzclub. Als ze vraagt wat ik doe, vertel ik haar dat ik architect ben. Oh, net als mijn vader, zegt ze. Haar vader is niet alleen architect, hij is ook nog eens de voorzitter van de Portugese Architectenbond.

Nuno Teotónio Pereiro en de "Igreja do Sagrado Coração de Jesus"en sociale woningbouw in "Bairro do Restelo" in Lissabon

Mijn belangstelling is gewekt en ik vraag haar of ik een keer met haar vader kan praten. Een afspraak is snel geregeld en het eerste wat ik zie als ik het architectenbureau van Nuno Teotónio Pereira binnen ga is een poster aan de muur van de "Biennale van Nederlandse Jonge Architecten 1985” in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Met ons bureau KohlenVanbunningen Architecten & Ingenieurs waren we een van de 10 geselecteerde bureaus voor deelname aan deze Biennale. Ik ben zeer verbaast “ons affiche” hier tegen te komen maar dat is dan ook meteen een opening als gespreksonderwerp. Een van zijn medewerkers heeft stage gelopen in Nederland heeft het meegenomen en boven zijn tekentafel gehangen. Nadat Nuno me enige projecten van zijn bureau, met een zekere naam in Portugal, heeft laten zien komen we terug op mijn keuze voor een land als Mozambique. “Wacht ik heb wat voor je klaar gelegd” zegt hij plots “ Ik zal het even halen”. Even later overhandigt hij me vol trots een Portugees architectuurtijdschrift met als thema titel: “O Vitruvius Mozambicanus”. Vitruvius was een Romeins militair architect (85-20 v Chr.) uit de oudheid die met zijn boek “ Bouwkunst in Tien Boeken” voor het eerst de bouwkunst overzichtelijk in beeld brengt. Het tijdschrift is geheel gewijd aan de werken in Mozambique van de architect Amancio d' Alpoim Miranda “Pancho” Guedes. In dit tijdschrift worden zijn projecten, die zijn verdeeld over "25 Bouwstijlen" waarin hij werkt, uitgebreid beschreven.´Hij heeft in Mozambique gewerkt vanaf de jaren ’50 tot aan de onafhankelijkheid in 1975. Zoals zovele Portugezen verliet hij het land na de revolutie, om aan de Universiteit van Witwatersrand professor in de architectuur te worden. Hij heeft er veel Zuid-Afrikaanse architecten opgeleid.

"Pancho Guedes" met zijn gebouw "De Lachende Leeuw" en een appartementencomplex in Maputo

Het tijdschrift wordt in Mozambique mijn leidraad in de zoektocht naar de architectuur van architect en kunstenaar Pancho Guedes. Aan de hand van de beschrijvingen in het tijdschrift ben ik op menig vroege zondagmorgen, meestal met met een groep mede coöperanten, op zoek gegaan naar zijn kleurrijke en fantasierijke gebouwen met namen als "De lachende leeuw”, “Het Dikke Huis” of “ De Olifant”. Vaak zijn ze gemakkelijk te vinden, vanwege de combinatie van zijn modernistische stijl met bijzondere details in de gevels en de subtiele Afrikaanse versieringen die hij soms in het betonwerk aanbrengt. Regionaal functionalisme, waarbij regionaal vooral staat voor de persoonlijke stijl van Pancho Guedes en de onmiskenbare mix van internationale en lokale bouwstijlen. De “Lachende Leeuw” ziet er Gaudiaans uit met zijn afgeronde balkons, aaneenschakeling van schaaldaken en uitsteeksels als van een draak met Afrikaanse patronen in bonte kleuren. Hier komen de kunstenaar en de architect samen met als basis een kindertekening van zijn 4 jarig zoontje Toni en de vraag of zijn vader ook zo'n gebouw kan maken. De “Lachende Leeuw” ligt in een wijk van de stad Maputo die gedeeltelijk militaire zone is. Moeilijk om te bezoeken, maar met behulp van een fles Cubaanse rum is het toch nog gelukt. Panco Guedes met zijn bouwproductie in verschillende stijlen is daarna altijd mijn referentiepunt gebleven bij mijn kijk op Portugese modernistische architectuur.

Omdat Pancho Guedes in zijn tijd in Mozambique voor diverse kerkgenootschappen - zoals de Swiss Mission - had gewerkt, kwam ik ook tijdens mijn werk zijn gebouwen geregeld tegen. Op een gegeven moment leerde ik een een tekenaar kennen die vroeger voor Guedes gewerkt had. We gingen soms samen op pad waarbij hij me de gebouwen liet zien, waaraan hij gewerkt had. Het kostte hem de nodige moeite want de goede man was bijna blind en kon soms alleen nog maar de vage contouren van de gebouwen waaraan hij gewerkt had herkennen.

Modernistische architectuur in de Algarve van Manuel Laginha in Olhão en van Manuel Gomes da Costa in Faro en Tavira.

Aan Nuno Teotónio Pereira ben ik eeuwig dank verschuldigd dat hij me heeft laten kennismaken met het werk van Pancho Guedes. Hierdoor heb ik zijn fantasierijk modernisme en zijn 20 ontwerpstijlen mogen leren kennen en beleven in een wereldstad als Maputo. In de Algarve, waar ik nu regelmatig verblijf, heb ik een aantal tijdgenoten van hem leren kennen, zoals Manuel Gomes da Costa, Manuel Laginha en Antonio Vicente de Castro die vanuit eenzelfde fascinatie voor het naoorlogse “Nieuwe Bouwen” hebben gezocht naar een nieuwe beeldtaal van eigentijdse afgewogen composities bestaande uit geometrische voorzetgevels met horizontale zonweringen, mooi gedetailleerd metselwerk met schaduw openingen en hier en daar een gevlochten rooster. Passend bij de regionale context waarin ze de tijdgeest probeerden te vangen.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square