Vertrouw geen Italianen


Het lied “Italianen” van de Belgische artiest Raymond van het Groenewoud behoort tot een van mijn favoriete nummers. Nu wil het dat er in ons stadje Olhão in de Algarve een nieuwe Italiaanse winkel is bijgekomen. In de Rua Dr. João Lucio, genoemd naar de bekendste dichter van Olhão en een zijstraat van de Rua Vasco da Gama heeft Eduardo afkomstig uit Venetië de stoute schoenen aangetrokken en is een winkel begonnen met Italiaanse producten. De pasta’s, mooie wijnen en nobele Grappa’s staan te pronken naast de Limoncello, de Italiaanse Prosciutto en de fijne Gorgonzola’s. Pizzameel heeft hij ook en je krijgt er een vrolijke uitleg bij, begeleidt met de arm- en draaibewegingen om hem hoog in de lucht te laten uitdraaien. Eduardo is niet meer de jongste maar heeft wel nog die uitstraling. Hij houdt van humor en vertelt even charmant over het carnaval van Venetië als over het gevaar van fietsen in Portugal. Een aanwinst voor Olhão.


In een andere tijd, toen ik nog werkte voor een Nederlands bouwbedrijf in de voormalige Portugese kolonie Guinea Bissau, was mijn baas in Nederland allergisch voor zaken doen met Italianen. Het liefste deed hij het niet en als het dan toch onoverkomelijk was moest ik vooral allerlei voorwaarden opvoeren om gegarandeerd te zijn van correcte betalingen en op tijd. De Lire, wilde net als de meeste munten uit Zuidelijke landen nog wel eens devalueren en dat kon er voor zorgen dat de gecalculeerde winst op een bouwproject plotseling verdwenen was. Ik zei altijd tegen mijn baas: “Italianen, het zijn boeven maar wel de leukste”. Zo had ik in Bissau een Italiaanse klant die een ontwikkelingsproject in Bafata wilde opzetten. De subsidie voor in zijn project was gelabeld aan dít jaar en moest dus nog dít jaar uitgegeven worden, terwijl er zelfs nog geen bouwplan was voor het project. Geen probleem, ik maakte een prijs per m2 en vroeg om het geld alvast over te maken, dan zouden we volgend jaar gaan bouwen. Het bleek geen probleem voor mijn Italiaanse klant en zo voorkwam ik ook nog een eventuele devaluatie in het verschiet. Het geld stond al mooi op de bank voordat we ook maar een schop in de grond hadden gestoken.


Zaken doen met Italianen had ik al eerder mogen mee maken in een andere voormalige kolonie van Portugal: Mozambique. Ik deed hier, als architect voor de Raad van Kerken, zaken met Gino, een Italiaanse aannemer, die een bouwbedrijf in Swaziland had. Door de burgeroorlog in Mozambique waren er bijna geen bouwmaterialen te krijgen in Mozambique en Gino bracht uitkomst met zijn bouwbedrijf dat snel kon starten met bouwen en voldoende materialen kon leveren. Ons project voor studentenwoningen bij Seminário Unido de Ricatla in de buurt van Maputo was in twee delen opgesplitst omdat de financiering via de Duitse organisatie ‘Brot für die Welt” ook in twee tijdsdelen plaats vond. Voor het eerste deel van het project viel de prijs van aannemer Gino hoger uit dan we begroot hadden en voor het tweede deel wat lager. Voor het eerste deel had ik dus “even” niet genoeg geld. Geen probleem voor Gino. We zouden het eerste deel bouwen voor de prijs die ik begroot en dan zouden we bij het tweede deel de meerprijs wel verrekenen. Zo makkelijk kan werken met Italianen zijn. Niet alleen makkelijk maar ook prettig. Zoals iedere aannemer wist ook Gino dat je met het uitdelen van T-shirts en ballpointpennen, zoals mijn Nederlandse baas tijdens mijn Guinea Bissau periode wel eens dacht, geen opdrachten binnen haalt. Maar zo subtiel als onze Italiaanse Gino het bracht had ik het nog niet meegemaakt. De eerste keer kwam hij bij mij thuis aanzetten met een slof sigaretten. Hij vertelde dat zijn beste vriend, die directeur was van de LM sigaretten fabriek in Maputo hem een paar sloffen sigaretten cadeau had gedaan. Hij wist niet wat hij er mee aan moest en of ik hem misschien van een slof “af wide helpen”. De keer erna had hij een nog mooier verhaal en stond in een weekend plotseling met 6 diepgevroren lagosta’s voor mijn deur. Alweer een vriend, maar nu die van de Griekse ambassade,had een probleem. Zijn diepvries was uitgevallen en nu zat hij met 6 diepgevroren Lagosta’s die hij kwijt moest. Of ik hem misschien kon helpen. Vooral om hem te helpen heb ik ze in dankbaarheid aanvaard en moet soms met weemoed nog terugdenken aan die overheerlijke schaaldieren uit de oven, waar mijn vrienden en ik ons dat weekend helemaal aan hebben klem gegeten. Ik blijf erbij. “Het zijn boeven, maar wel de leukste, of om het met Raymond van het Groenewoud te zeggen. “Vertrouw geen Italianen, ze stelen uit je wagen…….In liegen zijn ze eerste prijs.


Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square